Himpeltje en Pimpeltje die klommen op de berg, Himpeltje ’t kaboutertje en Pimpeltje de dwerg. Ze zetten zich op ’t topje neer, Hun mutsjes wiebelden heen en weer.
Maar na drieëndertig weken, Toen hadden ze het wel bekeken: Himpeltje ’t kaboutertje en Pimpeltje de dwerg, Die kropen toen weer in de berg.
Tekst: onbekend
Muziek: F. le Coultre
Uit: ’Ringel Rangel Rijgen’
Alles schweiget, Nachtigallen locken mit süssen Melodiën Tränen ins Augen, Schwermut ins Herz, Locken mit süssen Melodiën, Tränen ins Auge, Schwermut ins Herz.
Tekst: onbekend
muziek: Joseph Haydn (1732-1809)
of: W.A. Mozart (1756-1791)
Wat doen nu toch de dwergen des morgens om half acht? Ze springen uit hun bedjes, voorbij is nu de nacht. La, la la la la la la la la la la la la la la.
Wat doen nu toch de dwergen, des morgens om half negen? Ze gaan dan naar de weide, soms ook wel door de regen. La, la...
Wat doen nu toch de dwergen des morgens om half tien? Ze hakken kleine houtjes, en grote ook misschien. La, la...
half elf, Ze werken in hun huisjes, en doen daar alles zelf.
half twaalf, Ze eten dan hun soep op, en eten als een wolf.
half één, Dan halen zij hun hamertjes, en werken dan metéén.
half twee, Dan gaan zij naar de haasjes toe en lopen allen mee.
half drie, Zij wiegen dan hun kindertjes, Jan, Kokkie en Marie.
half vier, Doen peren in een mandje, en maken veel plezier.
half vijf, Ze stappen door de plassen en wassen daar hun lijf.
half zes, Dan gaan zij naar het bos toe, en plagen daar de heks.
half zeven, Ze dansen in een kring rond en maken daar een leven.
half acht, Dan gaan zij naar hun bedjes toe, en zeggen: ”Goede nacht”...
Liedje van J.Russ
Vertaling: A. Rhebergen
Uit: 'Ringel, rangel, rijgen'
Trip, trip, trip, wie komt daar aan? Wil maar steeds weer verder gaan. ’t Hertje uit het grote bos Wandelt over ’t sterremos. Kijkt naar hier en kijkt naar daar, Want misschien dreigt er gevaar.
Van de jager houdt hij niet, Verstopt zich vlug als hij hem ziet. Speelt weer verder even later, Drinkt van ’t beekje’s helder water.
Trip, trip, trip, wie komt daar aan? Wil maar steeds weer verder gaan. ’t Hertje uit het grote bos Wandelt over ’t sterremos.
Tekst en muziek: A. Rhebergen
Uit: 'Ringel, rangel, rijgen'
1. Geen dier is op de aarde U lieve God te klein, Gij riep ze al in ’t leven, Ze zijn voor eeuwig dijn!
Refrein: Tot U, tot U roept mens en dier, ’t Vogeltje zingt, ’t visje springt, ’t Bijtje zoemt, ’t kevertje bromt. Ook piept er vaak een muisje klein. Heer God wil nu geprezen zijn.
2. De vogel in de luchten Zingt U een vrolijk lied. De slangen in de spleten, Gij schuwt hun sissen niet! Tot U...
3. De visjes, die daar zwemmen Ze zijn voor U niet stom, Gij hoort al hunne stemmen Voor U is niemand dom! Tot U...
4. Voor U danst in de zonne De kleine muggenschaar. Hun dank voor levensvreugde Die brengen zij U daar. Tot U...
5. De zon, de maan gaan onder En op, al in uw rijk, En alles is, o, wonder, Voor U, o God, gelijk! Tot U...