menu
Een wichtelmannetje maken 

Wichtelen in de adventstijd

Uit de DoeHoek van Gracia van der Staal

Cadeautje van mij voor jullie...

Benodigdheden
  • 1 pijpenrager van circa 17,5 cm
  • 1/2 lapje warmrood (sprookjes)wolvilt, hoogte circa 7 cm
  • 1 Wolbal 10 mm
  • Lontwol natuurlijk donkerbruin circa 5 cm
  • Buistricot 1 a 1,5 cm breed en circa 6 cm lang
  • Poppentricot huidkleurig 4 cm breed x 6 cm lang voor het hoofdje (denk om draadrichting)
  • Poppentricot huidkleurig 2x 1,5x2,5 cm voor de handjes (denk om draadrichting)
  • Pluk vulwol
  • Droge rijst om op te vullen
  • wichtelmannetje patroon.pdf

Verder nodig
  • Bijpassende kleur splijtzijde of naaigaren
  • Aquarelpotloden voor het intekenen van het gezichtje: rood voor de mond, bruin voor de ogen.
  • Rood bijenwaskrijtje + lapje tricot voor het kleuren van de wangen.

Lees, voordat je begint, eerst de werkbeschrijving goed door.

Werkbeschrijving

Wichtelmannetje
  • Maak met de wolbal, het buistricot en de huidkleurige tricot een hoofdje met een omtrek van circa 4,5 a 5 cm. Het hoofdje leg je even aan de kant, deze wordt later verder verwerkt.
  • Knip de patroondelen uit het papier en vervolgens alles uit het wolvilt zoals op het patroonblad is aangegeven.
  • Knip een pijpenrager van circa 14 cm (armpjes), vouw deze op maat door de uiteinden naar binnen te vouwen. Deze uiteinden raken elkaar.
  • Omwikkel deze armpjes met een dun plukje wol.
  • Neem het hoofdje en knip het onderhangende tricot aan beide zijden in tot aan het afgebonden nekje.
  • Leg het armdeel van het geraamte tussen de beide naar beneden hangende delen tricot en buisverband en zet dit stevig vast door kruiselings onder en boven langs de armen te steken met naald en draad. Hecht af.

Afb. 1

Handjes
  • Knip uit het huidkleurige tricot voor de handjes twee lapjes van 1,5 cm breed x 2,5 cm lang. Let op de lengte(draad)richting.
  • Vouw een lapje in de breedte dubbel, de goede kant op elkaar. Je hebt nu twee lapjes van 2,5 cm lang en circa 0,75 cm breed.
  • Naai handjes door vanaf de stofvouw met een boogje bovenlangs te naaien met een stiksteekje naar de open zijde (zie afb. 1).
  • Vervolgens naai je met een stiksteekje op 0,25 cm van de open zijde recht naar beneden. Knip de draad niet af, maar laat deze hangen.
  • Knip de hoekjes boven de ronding schuin weg. Keer de handjes (tip: gebruik een koggetang).
  • Schuif deze kokertjes over de uiteinden van de pijpenrager en zet het vast met de draad die nog loshangt. Steek even door de stof en tussen de gevouwen pijpenrager door. Een keer bovenlangs en een keer onderlangs.
  • Trek stevig aan en zet de draad vast.
  • Steek met de naald vanaf deze plek door het armpje naar boven tot ongeveer 1 cm voor het uiteinde van het handje. Bind het handje hier af door een of twee keer de draad om het armpje te wikkelen en vast te zetten met een steekje. Wikkel het restant van het garen terug om het kokertje en de pijpenrager. Zet dit goed vast en hecht af.
Lijfje
  • Neem de twee lijfdelen, leg een op de buik en een op de rug van het geraamte.
  • Sluit de schoudernaden A met een festonsteekje tot dicht tegen de hals. Steek een paar keer door het vilt en het nekje.
  • Sluit de zijnaden van onder de oksels van B naar C.
  • Doe een plukje vulwol in het lijfje, tot ongeveer de helft. Vul de rest op met droge rijst.
  • Festonneer de bodem onder het popje en sluit het lijfje.
  • Neem twee draden splijtzijde, hecht aan in het nekje/bovenkant rug en steek door het popje heen naar de bodem en door de bodem, steek op circa 0,5 cm weer door de bodem naar boven. Doe dit nogmaals heen en weer zodat een kruisje ontstaat. Trek aan en hecht af. Hierdoor is nu op de bodem een kuiltje ontstaan waardoor het popje beter blijft staan.
Mantel
  • Trek het popje de mantel aan. Hecht aan bij een polsje, rimpel de polsjes (steek ook even twee keer door het polsje heen) en sluit de zijnaden van D naar E. Hecht af.
  • Sluit de middenvoornaad tussen de twee markeringen.

Afb. 2

Haren
  • Maak een baardje met een plukje natuurlijk donkerbruine lontwol. Leg hiervoor de lontwol over het gezicht van boven naar beneden. Hecht een draadje bij het linkeroor aan, leg dit over het baardje en hecht het bij het rechtoor weer aan. Zorg dat het draadje goed onder het gezichtje langs loopt. Zet het draadje met een paar steekjes vast (zie afb. 2).
  • Vouw nu het baardje van boven naar beneden en maak vanaf de buitenkant een paar hele kleine stiksteekjes zodat het baardje goed tegen het gezicht blijft zitten.
  • Maak een pruikje van een plukje van dezelfde lontwol en zet dit op het hoofdje vast met 1 draadje splijtzijde en kleine steekjes.
  • Het baardje en de haren knip je later bij nadat het mutsje is vastgezet.
Muts
  • Festonneer de muts van F via G naar F. Let op, de naden komen aan de binnenkant.
  • Keer het mutsje binnenstebuiten en zet het op het hoofdje. Zet het mutsje rondom met kleine steekjes vast. Het zit een beetje ruim, trek de steekjes niet te strak aan.
  • Duw bovenop de punt van het mutsje een beetje naar beneden zodat er een ‘kreukel’ ontstaat aan een kant van de muts. Zet dit met een paar steekjes vast aan de zijkant van de muts.
  • Knip nu de haren en het baardje rondom bij. Ongeveer 1 cm lengte.
Gezichtje
  • Kleur het gezichtje in. Bruin voor de oogjes, rood voor het mondje en met een beetje rode bijenwas op een lapje tricot de wangetjes.

Veel plezier met het maken, en maak vooral jouw eigen variant: witte, grijze, rode baard, ander kleur muts, jasje, lijfje…

Gracia.

wolfjes-wereld.blogspot.com

N.B. Wil je meer weten over het wichtelmannetje? Klik dan hier.